Tegernsee - Bad Wiessee

Tegernsee - Bad Wiessee

Sunday, 3 November 2013

Een taktisch hobbeltje

Michiel speelde remise na veel wederwaardigheden, tegen een van de Italianen die in hetzelfde hotel verblijven. Een derby, zogezegd. Met het inmiddels bijna gebruikelijke “taktische hobbeltje”.

Michiel Harmsen – Gabriele di Lazarro
Bad Wiessee 2013, ronde 8

Stelling na 51.a6

Ik bedoel 51.a6??. Vermoeidheid eist zijn tol. Het eenvoudige 51. .. Tb8+ leidt nu tot spoedig mat, want al het witte spul staat precies verkeerd, met name toren a2 en pion a6.
51. .. Kc7??
Ook bij Italië laat de conditie te wensen over.
52.a7! 
Met een zucht van verlichting.

Er volgden nog wel enkele k-factor-verhogende momenten, en kon Michiel de remise pas opeisen toen zwart in gewonnen positie de stelling een keer te vaak herhaalde.

NB: de k-factor is een maat voor het chaotische gehalte van de partij. Elke keer als iemand “objectief” een half punt verspeelt, gaat de k-factor met één omhoog.

Saturday, 2 November 2013

“Herr Doctor”

Ik ben een groot fan van de schrijver Alain de Botton. Dit jaar heb ik tussen het schaken door zijn boek Meer denken over sex gelezen. Erg leuk. Het eerste boek dat ik van hem las was Statusangst. Ook dat heeft mij erg aan het denken gezet.
Er zijn talloze statussymbolen: je sportprestaties (hoeveel bekers heb je gewonnen?), de grootte van iemands bezit (hoeveel auto’s en juwelen heb je, hoe groot is je huis?), de bereikte maatschappelijke positie (hoeveel mensen heb je onder je, hoeveel invloed heb je?), om er maar een paar te noemen.
Iedereen heeft het natuurlijk het liefst over de statussymbolen waar hij zelf goed in scoort. Zo praat de sportman liever over bekers en de directeur liever over zijn salaris. Als schakers ontlenen wij veel status aan onze ELO- of KNSB-rating. Iedere keer als de nieuwe ratings bekend worden kijken wij dan graag, of wellicht angstig, naar onze rating.
De KNSB-rating lijst van november 2013 is net bekend. Mijn rating is iets gestegen tot 2078. Die van Jan Krans is iets gezakt tot 2052.
Ik noem hier expliciet Jan Krans om een ander belangrijk aspect van status te illustreren. Men meet zijn status namelijk het meest af aan zijn naasten. Dat de rating van Anish Giri nog verder is gestegen tot 2720 maakt mij eigenlijk niets uit. Dat is een onbereikbare hoogte voor mij. Ik kan oprecht bewondering hebben voor zijn schaakprestaties en daarmee samengaande hoge rating. Mijn ego wordt niet geknakt door het grote verschil. Ik zeg dan tegen mijzelf dat dit iemand is die de hele dag niets anders doet dan schaken. Het is zijn werk.
Anders ligt dat met de rating van Jan Krans. Dat is iemand van vergelijkbare leeftijd, geslacht en schaakclub met wie ik momenteel gezellig optrek en veel praat tijdens dit toernooi. Kortom, een naaste. Eind vorig jaar speelden we samen in de rapidcompetitie van de SGA in hetzelfde team. Wij hadden toen precies dezelfde rating. Kunnen wij meer naaste zijn? Juist hier streelt deze ratingverandering dus mijn ego en knakt het als het goed is dat van Jan.

Soms zijn statussymbolen ook verschillend per cultuur. Zo sprak ik ooit een Irakese vrouw die nooit kinderen heeft gekregen. Voor een Irakese is dat veel vervelender dan voor een Nederlandse vrouw omdat men in de Irakese cultuur veel meer status ontleent aan het bezit van kinderen dan in de Nederlandse. Ook met het etaleren van statussymbolen wordt erg verschillend omgegaan. Amerikanen vragen soms vrij direct aan elkaar hoeveel ze verdienen. Wij Nederlanders vinden dat ongepast.
Een ander voorbeeld betreft het gebruik van titulatuur, wat natuurlijk ook een statussymbool is. Duitsers gebruiken de titel Dr. veel vaker buiten het werk dan Nederlanders. Hier op het toernooi heeft iedereen een naambordje naast zijn bord staan waarop zijn naam, schaakclub, nationaliteit en ELO-rating staat. Bij sommige Duitsers staat daar ook Dr. achter.
Ik, als rechtgeaarde Nederlander, vind dat eigenlijk aanstootgevend. Ik was dan ook geschokt toen bleek dat Jan Krans opeens had aangevraagd om ook Dr. op zijn naambordje te krijgen. Toch begrijp ik het wel. De rating van Herr Doctor Krans is gedaald.

Michiel Harmsen (Dr., praeses van S.V. Zukertort Amstelveen, trotse bezitter van een Peugeot 206 en van een Nilfisk stofzuiger met HEPA H14-filter voor de fijne deeltjes)

Hier de titel

Bij schaaktoernooien in Duitsland zie je nogal wat titelhouders. En dan bedoel ik niet de GM’s, IM’s, FM’s, CM’s, WGM’s, WIM’s en WFM’s (gek eigenlijk dat er geen WCM’s zijn), maar de Dr.’s en zelfs de Prof. Dr.’s. Als ze die titel hebben, laten ze hem op hun naambordje zetten.
Michiel, die niet om status geeft – een luxe positie, wereldwijd gezien – vindt het maar niks, en ik ben het eigenlijk wel met hem eens. Achter het schaakbord zijn we allemaal gelijk, of liever: het verschil hangt niet van zo'n doctorstitel af. In het platte Nederland zie je zulke naambordjes ook niet, hoewel dat vroeger waarschijnlijk anders was.
Het mag natuurlijk wel: als je promoveert ontvang je de graad ”met alle rechten en plichten door wet of gewoonte daaraan verbonden”, en dat houdt ook in dat je de titel mag voeren als het zo uitkomt.

Het toernooi gaat tot nu toe eigenlijk slecht: ik laat hele en halve punten liggen en de tegenstanders, ook de zwakkere, hebben nog geen pion weggegeven.
In deze tegenwind werd het tijd voor een verrassende maatregel. Ik vroeg daarom aan de dames van de toernooiadministratie of ik net als vele anderen mijn doctorstitel op mijn naambordje kon krijgen. Volgend jaar of nu al, vroegen ze nog. Nu dus, want de nood was hoog.

En zo geschiedde, voor het eerst in de zevende ronde. Het was eigenlijk een eenvoudige kwestie van kansberekening: een beetje meer respect bij mijn tegenstander, op welke manier ook opgeroepen, moet het resultaat ten goede komen. Natuurlijk werkt zoiets alleen bij Duitsers. Nederlanders zouden er juist door geprikkeld raken, en er in een stemming van “wat verbeeldt hij zich wel” met extra inzet op los gaan. Maar er zijn gelukkig veel Duitsers hier, en weinig Nederlanders.
En hielp het? Jazeker! Het was een test was met slechts “r=1”, maar het werd zonder twijfel een doorslaand succes. Ik speelde natuurlijk nog net zo slecht. In het verre eindspel stond ik totaal verloren, omdat een onverantwoorde winstpoging van mij er eentje voor mijn tegenstander bleek te zijn.

Stefan Paschmann – Dr. Jan Krans
Bas Wiessee 2013, ronde 7
Stelling na 60. .. Ke4
Hier bood ik remise aan, alle morele reserves vergetend. En hij nam het aan! Uit schaamte en vermoeidheid geef ik maar even geen varianten. Neemt u maar aan dat eerst de g-pion doorloopt, en dan de f-pion, en dat zwart ondertussen evenzeer te laat met de c-pion is als de katholieke kerk met het afschaffen van het celibaat.

Na afloop wees de tegenstander verontschuldigend op zijn klok, die nog maar 6 minuten aanwees, maar de doorslaggevende factor moet toch de titel zijn geweest. Experiment geslaagd en op naar de volgende ronde.

Friday, 1 November 2013

Stofzuigen of niet, dat is de vraag

Jan en Olav speelden vandaag remise tegen bijna gelijkwaardige tegenstanders. Jan nam dankbaar een remiseaanbod van zijn tegenstander aan, die blijkbaar enig rating-respect had, net toen hij dacht twee pionnen te gaan verliezen. Ook Olav mocht blij zijn met remise, want hij had totaal verloren gestaan: Stelling na 25. .. fxg6
Hier kan wit een harde klap uitdelen met 26.Lxg6+, want op nemen volgt mat: 26. .. Kxg6 27.Dd3+ Kg5 28.Tf5+ Kg6 29.Tf6++! Kxf6 30.Df5+ Ke7 31.De6 mat. In plaats daarvan ging wit ruilen en liet hij zijn voordeel verwateren.

Michiel mocht vandaag spelen tegen een 45-jarige Russische vrouwelijke grootmeester die je hieronder achter het schaakbord ziet.
Irina Semenova bij een ander toernooi

Op de vraag voor de partij of ze Duits of Engels sprak antwoordde ze met een afstandig ontkennend hoofdschudden, wat ook niet uitnodigde tot verder praten. Toen de ronde werd vrijgegeven gaf ze koeltjes een slappe hand. Duidelijk een professional die niet afgeleid wilde worden in haar concentratie.

Irina Semenova – Michiel Harmsen
Bad Wiessee 2013, ronde 5

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.e5 Pfd7 5.f4 c5 6.Pf3 Pc6 7.Le3
Zoals mensen in hun leven lang kunnen overwegen met welke levenspartner ze ongelukkig zullen worden (aldus Alain de Botton) had Michiel duchtig bestudeerd met welke variant van het Frans hij zou gaan verliezen. Aanvankelijk wilde hij de stofzuigervariant spelen. Hierbij ruilt zwart veel stukken op d4 en stelt zich vervolgens erg passief op, alsof hij wil zeggen: zie maar of je erdoorheen komt. Een stijl die hem wel ligt. Bovendien behoort stofzuigen ook thuis tot zijn taken. Hij is dan ook de trotse bezitter van een Nilfisk stofzuiger met Hepa H14 filter voor de fijne deeltjes. Na bestudering van een paar partijen van Irina, die op internet te vinden zijn, besloot hij toch een actievere variant te kiezen met 7. .. Db6. Dat werd hem stellig afgeraden door Olav en Jan, met de woorden “Ga nou niet achteraf klagen dat je verloren hebt als je die verliezende variant kiest terwijl je ook had kunnen stofzuigen.”
7. .. Db6
Er volgt nu meestal 8.Pa4 Da5+ 9.c3 b6 10.Ld2 c4 11.b4 met een ingewikkelde partij. Maar Irina week af met het slappe zetje 8.a3, waarop Michiel alsnog besloot te gaan stofzuigen.
8.a3 cxd4 9.Pxd4 Pxd4 10.Lxd4 Lc5 11.Lxc5 Pxc5 12.Dd4 Pd7 13.0-0-0 Dxd4 14.Txd4 Pb8
Inmiddels zijn op d4 al twee lichte stukken en een dame opgezogen. Met 14. .. Pb8 zet zwart het enige ontwikkelde stuk ook terug in de beginopstelling. Ook dit stuk gaat via c6 op weg naar een ruil op d4. Dit soort passieve spel is hier prima mogelijk, maar het leek Irina wel te verrassen. In het vervolg verbruikte ze redelijk veel tijd om het goede plan te vinden. Dat lukte eerst niet zo goed en er werden veel zetjes gedaan die weinig aan de stelling veranderden. Ook zwart bewoog wat stukken op en neer.
Maar helaas, op een beslissend moment liet Michiel onnodig de doorbraak 38.f5 toe, waarna het snel bergafwaarts ging en hij alsnog verloor.

Daarna ging hij snel weer naar het hotel, want inmiddels was zijn levenspartner Ruurdtje aangekomen. Bij het eten in de Stube werd er traditioneel nog een Kaiserschmarrn gedeeld.
Anja en Yvonne presenteren de Kaiserschmarrn
De donderdagochtend zijn Jan, Michiel en Ruurdtje weer 3 uur gaan wandelen naar de Bauer in der Au. Jan heeft net nieuwe wandelschoenen gekocht en wil die ook uitproberen. Tussendoor werden nog even de fitnessapparaten langs het meer verkend, werd er gespeeld met de kinder-watermolen en liep Michiel door een beekje heen. Ondertussen speelde Olav weer zijn geliefde golf.
Op weg naar boven even terugkijken op Bad Wiessee