Tegernsee - Bad Wiessee

Tegernsee - Bad Wiessee

Sunday, 8 November 2015

Wandelen en schaken

Ruurdtje is er sinds woensdag ook weer. Ik heb mijn best gedaan alle klusjes voor mijn (vrijwilligers)werk af te hebben voor woensdag, zodat we de tijd hadden om te wandelen. Het weer is hier de hele week prachtig, met gemiddeld 20 graden in de zon. Donderdag hebben we de eerste grote wandeling gedaan. We hadden afgesproken met Jo Steinschuld en Klaus Juergens met de bus mee te gaan naar Schliersee om vanaf daar over een heuvelrug terug te lopen naar Tegernsee, en vanaf daar met de boot weer terug naar Bad Wiessee. De start was niet goed. Ru en ik misten de bus. Ik zag hem nog wegrijden. Gelukkig was Olav zo vriendelijk om gehaast te vertrekken naar het golfen en ons een slinger naar Gmund Hauptbahnhof te geven, waar Jo en Klaus moesten overstappen. Dat ging precies goed: we konden weer bij ze aansluiten. De wandeling was mooi en het was ook leuk om eens met Jo en Klaus te kunnen praten tijdens het lopen. Jo had de route helemaal gepland en was van plan geweest om nog een ommetje over een topje te maken. Hij kreeg alleen wat last van weigerende medereisgenoten. We hebben dus de korte route naar Tegernsee genomen. Daar hadden we nog mooi een uur de tijd om bij de BrauStuberl te lunchen. Dat is een prachtplek aan het water waar we al eerder over hebben geblogd. Ze verkopen er mooie Beierse gerechten met even zo mooie namen voor weinig geld. Ik had een Zwetschen datschi - een soort gebak - met een Radler: dat is bier met frisdrank. Ru had Sülze: een bord met gelatine van bouillon met daarin allerlei stukjes vlees, ei en wat groente. Klaus had een grote Haxe: een varkenspoot met nog een bot eraan. Jo had een stuk Leberkäse. Dat is volgens mij een gebakken leverkaas. Bij het nemen van mijn laatste slok Radler voelde ik opeens iets in mijn mond. In tegenstelling tot Agnes Blannbekin (zie Praeputium domini) kreeg ik geen zoetig gevoel over mij heen maar vreesde terecht een wesp. Voor hij kon steken spuugde ik de Radler met wesp en al terug in mijn glas. Daar dreef wesp wat verbouwereerd rond. Ru redde hem met een vork van de verdrinkingsdood. Even later vloog hij weer. Wesp en ik kwamen met de schrik vrij. Daarna gingen we met de boot terug naar Bad Wiessee. Jo logt altijd alles wat hij doet, met een GPS zendertje. Zo weten wij dat deze tocht 13,8 kilometer lang was. Zo'n wandeling is een goede voorbereiding voor een schaakpartij. Euwe raadde dat al aan. Een gezonde geest in een gezond lichaam.
Zaterdag hebben Ru en ik ook een stevige wandeling gedaan. We waren om 9.00 uur vertrokken en zijn naar de Aueralm gelopen. Dat is inmiddels een bekende route voor ons. We hadden stokken bij ons. Van die moderne aluminium driedelige stokken om de benen bij het dalen te ontlasten. Ik gebruikte ze bij het klimmen en Ru bij het dalen. We worden ook een dagje ouder. We zijn vandaag een half uurtje verder gelopen nadat we de Aueralm hadden bereikt. Dat was een leuke alpenweide. De tocht naar de Fockenstein (1500 m) was net iets te hoog gegrepen. We wilden namelijk ook nog even lunchen op de Aueralm. Op zaterdag is het altijd druk met wandelaars hier. Dan gaan ook erg veel mensen uit de buurt wandelen. Het was dan ook weer erg mooi weer. Olav heeft deze vakantie 8 keer gegolfd. Dat is denk ik ook een record voor onze Bad Wiessee vakantie. Het was dan ook zulk mooi weer.

Hier nog even mijn partij van vrijdag.

Andre Schaffarczyk - Michiel Harmsen
Bad Wiessee 2015, ronde 7

Na een franse opening die ik redelijk kende stond het zo:

Stelling na 18.Pd1

Mijn tegenstander had hier al onzettend veel tijd geinvesteerd. Hij had nog maar een kwartiertje op de klok. Ik dacht daardoor dat ik voordeel had en zat de afgelopen zetten ook lang te rekenen op zoek naar tactische truuks die er niet waren. Maar zwart staat hier positioneel gewoon goed met de dreiging van een goed eindspel: een gedekte vrijpion op c4 en zwakke pionnen van wit op d4 en a2. Met het gesloten centrum is de onwikkelingsvoorsprong van wit een tijdelijk voordeel dat hij niet kan uitbuiten en dat dreigt te vervagen. Dat voordeel vergooide ik prompt met het vreselijke
18. .. Pb6?
Na de volgende vrij gewone zetjes
19.cxb4 Pxb4 20.Db2 Dxb2 21.Txb2
stonden er dus twee paarden op een rijtje op de b-lijn als hapklare brokjes voor de toren. Ik besloot aan de noodrem te trekken door een kleine kwaliteit te geven met
21. .. Pa4 22.Txb4 Lxb4 23.Lxb4
Helaas leverde dat alleen nog een langdurig maar vruchteloos gespartel op.
1-0

Mijn partij uit de achtste ronde was kort. Mijn tegenstander was weer een heer van de respectabele leeftijd van 69 jaar, maar zeker geen bedeesde man. Hij bood mij al vrij snel een paard aan voor aanval. Ik nam het na enige aarzeling aan. De aanval kwam niet op gang en na 25 zetjes gaf hij op.

No comments:

Post a Comment